dutch
international
science
film festival

Vierde editie 07 t/m 11
nov 2018
Nijmegen

René ten Bos 2 (Zonder Logo)

Interview met René ten Bos, Denker des Vaderland

Filosoof René ten Bos is sinds dit voorjaar de nieuwe Denker des Vaderlands. Hij is de vierde Denker des Vaderlands en volgde Marli Huijer op. Ten Bos geeft op donderdag 9 november de centrale festivallezing van de derde editie van InScience. In zijn lezing gaat hij in op het thema ‘No Facts, No Future’. Maar wat doet de Denker des Vaderlands allemaal en wat is de insteek van zijn lezing? Wij vroegen het hem.

Denker des vaderlands

Dag René, u bent sinds kort de Denker des Vaderlands. U bent vrij om deze rol zelf vorm te geven, maar hoe doet u dat?
”Door er zo min mogelijk vorm aan te geven en gewoon zo veel mogelijk mijn gezicht te laten zien. Dat wil zeggen dat er wel wat dingen veranderen. Je bent meer in de pers, je schrijft ook wat meer voor de pers. Ik deed al wel dingen voor de pers, maar nu beginnen andere media mij ook te zien. Ik doe zoveel kleine dingen, ik houd het niet eens meer bij. Ik word gevraagd voor van alles, van een kolommetje hier tot een bijdrage daar. Maar ik heb ook wel een speciale aandacht voor wat meer jonge mensen. Daar probeer ik een speerpunt van te maken.
Verder richt ik mij ook op het thema dat mijn hele werk doorkruist: doorzichtigheid, transparantie. Ik probeer van alles met dat thema te doen. Maar hoe dat concreet vorm krijgt, tja, ik kan alleen maar zeggen dat het geen vorm krijgt. Wat betekent dat? Dat betekent vooral dat veel mensen vragen of je wilt komen opdagen voor een praatje, lezing of interview. Zolang de agenda dat toestaat, doe ik dat. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dat levert af en toe wel pijnlijke dingen op. Maar daar moet je niet aan torren, dan ga je te veel nadenken.
Wat ik ook heel leuk vind is dat mijn werk almaar meer disciplanair wordt, en mijn werk was al heel interdisciplinair. Zo heb ik met hoogleraren neurologie gediscussieerd, met astronomen, met medici, met justitieambtenaren op het OM, maar ook met ecologen en klimatologen. Alle geledingen van de wetenschap komen langzamerhand voorbij. Daar ben ik wel blij mee, dat ik op de een of andere manier iets doe wat zij aansprekend vinden of waar zij zich door aangesproken voelen. Dat zijn dingen die ik leuk vind. Ik probeer toch een beetje op de hoogte te blijven van al die dingen. Ik weet dat ik geen specialist ben, nergens in eigenlijk, op een paar filosofen na die ik heel goed ken. Ik weet liever van veel dingen iets, dan van weinig dingen veel.”

En heeft u voor de komende twee jaar een doelstelling of iets dat u wilt bereiken als Denker des Vaderlands?
”Ja, die twee jaar heel doorkomen. Dat is een doelstelling. Ik wil me ook blijven bemoeien met het maatschappelijk debat. Wat mij betreft gaat het debat vooral over de manier waarop wetenschap moet aanhaken op maatschappelijke discussies. Dat is heel actueel. Daar wil ik mij wel heel sterk tegenaan bemoeien. Dat debat gaat veel over bureaucratie. Die bureaucratie houdt veel mensen in Nederland bezig. Het achtervolgt ons, zonder dat we er helemaal grip op krijgen. Dat is zo merkwaardig. Je wilt het over leuke dingen hebben, maar er is altijd iets van een bureaucratisch spook. Het achtervolgt je. Ik probeer de voordelen ook wel te zien, maar dat is ingewikkeld.
Tja, die twee jaar helemaal doorkomen. Als Denker des Vaderlands moet je overal een mening over hebben. De media komen bij je over van alles. Ik weet nog toen ik net bekend was gemaakt, toen ik was nog niet eens benoemd. Ik kreeg de vraag van een iemand van de radio over wat ik ervan vond dat mevrouw Paay zich in haar gezicht had laten plassen. Je wordt ook geacht daar een mening over te hebben. Ik heb mijn mening in deze vormen gehouden, maar ze willen van alles van je weten. Dat is echt heel maf.”

de centrale festivallezing

U geeft dit jaar de centrale festivallezing op InScience. Wat wordt de insteek van deze lezing?
”In de festivallezing wil ik het vooral over feiten gaan hebben. Ik wil in ieder geval laten zien dat feiten veel moeilijker zijn dan mensen normaal denken dat ze zijn. Kijk, het is een feit dat het buiten 15 graden is, dat kun je gewoon meten. Maar in dit soort feiten zijn wetenschappers niet meer geïnteresseerd. Of laten we het zo zeggen, het zijn triviale feiten waar je geen discussie over hebt. Ik heb met de grootste klimaatscepticus, zeg Donald Trump, geen discussie over de vraag of het buiten 15 graden is. Maar waar we een discussie over krijgen is over wat een hele reeks van dit soort registraties nou te betekenen heeft. Als wetenschapper volstaat het niet meer om alleen maar observaties of registraties uit te werken, je wordt steeds meer gevraagd om reeksen van dit soort observaties te duiden.
Wetenschap gaat vandaag niet zozeer om het registreren van feiten, maar veel meer om het voorspellen van processen, het voorspellen van gebeurtenissen, om scenario’s en waarschijnlijkheden. Daar zit ook precies een soort van moeilijkheid, want van heel veel wetenschappers wordt nou juist een soort exactheid verwacht en zeker daar waar wetenschappen complex zijn heb je alleen maar waarschijnlijkheden. Probabilistisch is de wetenschap geworden. Zo is er nu veel gedoe in Amerika omdat de meteorologen de koers die orkaan Harvey volgde niet goed hebben voorspeld. Op de een of andere manier zie je dat van de wetenschap vaak exactheid verwacht wordt, maar zeker van complexe wetenschappen zijn die zaken niet meer zo duidelijk. Dat is een boodschap die de samenleving maar moeilijk vindt om te accepteren, die de politiek heel moeilijk vindt om te accepteren. Ze weten wel dat het zo is, maar ze kunnen niet zoveel met waarschijnlijkheden.
Ik ben daarom ook geïnteresseerd in noties als civic science, over hoe wetenschap een partner kan worden in discussies die in de samenleving gevoerd worden over wat er moet gebeuren in de toekomst. Dat is voor mij altijd heel belangrijk geweest. Nu je de discussie hebt over feiten-vrije politiek of feiten-vrije journalistiek is die discussie alleen maar urgenter geworden.”